Expositie ‘Leerzame prentjens’, schoolprenten van ‘t Nut

Datum/Tijd
do 18-10-2018 - zo 20-01-2019
13:00 - 17:00 uur

Locatie
Honig Breethuis
Lagedijk 80
1544 BJ Zaandijk

Categorieën


Tussen 18 oktober 2018 en 20 januari 2019 toont het Honig Breethuis een expositie van vroeg-negentiende-eeuwse schoolprenten vervaardigd op initiatief van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. De prenten zijn ter beschikking gesteld door de Stichting Archief Honig(h) en zouden volgens de overlevering afkomstig zijn uit de houten schooltas van Jan Jacobsz. Breet (1815-1892).

Jan Breet was de jongste zoon van de Zaandijker papierfabrikeur Jacob Cornelisz. Breet, woonachtig in het Honig Breethuis, die het ouderlijke papierbedrijf C. & J. Honig Breet zou voortzetten en uiteindelijk liquideren. In 1826 (het jaar dat zijn vader het ouderlijk huis erft) ontving de jonge Breet als elfjarige scholier voor het derde jaar op rij de ‘Eerekroon’ wegens ‘alleruitmuntendst’ gedrag.

Grootvader Cornelis Jacobsz. Breet (1739-1806) was medeoprichter van het Departement Koog-Zaandijk van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. Jans vader, Jacob Cornelisz Breet (1778-1846) was eveneens lid van ‘Het Nut’ en bovendien lid van de plaatselijke schoolcommissie.

Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen

In 1784 werd de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen opgericht. De hoofdzetel van deze organisatie was gevestigd in Amsterdam, gevoed door lokale departementen. Men streefde naar bevordering van kennis en deugdzaamheid van het gewone volk middels de oprichting van bewaarscholen, lagere scholen en kunstnijverheidsonderwijs. Op basis van zedenkundige en vaderlandslievende beginselen moest de jeugd worden opgevoed tot deugdzame en nuttige burgers. Het Utrechtse departementslid Pieter Boddaert Pietersz. Sr. pleitte tijdens de Jaarvergadering van 1791 voor de vervaardiging en distributie van ‘leerzaame prentjens’ als alternatief voor de traditionele centsprenten.

‘Het Nut’ liet tussen 1800 en 1860 zestig schoolprenten vervaardigen, bedoeld als beloning of voor klassikaal gebruik. De expositie toont een representatieve keuze uit de veertig prenten vervaardigd door de Amsterdamse drukkerijen-uitgeverijen Ratelband, Bouwer, Le Jolle, Stichter en Van Munster.

Vanaf 1797 benaderde men tekenaars, houtbloksnijders en uitgevers ten behoeve van de verantwoorde schoolprenten. Als belangrijkste houtsnijder werd Jan Oortman aangetrokken, terwijl de Weduwe J. Ratelband, J. Bouwer en David le Jolle als uitgevers optraden. Tussen 1800 en 1820 werden dertig prenten uitgegeven, genummerd met de letters van het alfabet. Vanaf 1808 werden de prenten voorzien van een Nutszegel als keurmerk.

Nederlandsche Weldadigheid en De Nieuwe Jan de Wasscher

De Erven van de Weduwe C. Stichter bracht zes nieuwe prenten uit over vaderlandse geschiedenis en planten en dieren. Een interessante Nutsprent van Stichter is gewijd aan de ‘Valse goden’, waarin de heidense (lees: Germaanse) godenwereld wordt verbeeld, waarnaar onze weekdagen zijn vernoemd en acht Germaanse stammen. Deze uitgeverij ging in 1813 failliet. De prenten werden veelvuldig herdrukt door uitgeverijen als J. Noman. In 1832 werden de drukblokken van Ratelband, Bouwer en Le Jolle vernietigd om te voorkomen dat er inferieure drukken zouden worden vervaardigd en verspreid. Vanaf 1833 maakte uitgeverij Hendrik van Munster & Zoon nieuwe drukken naar de Nutsprenten van de Weduwe Ratelband. Evenals Stichter bracht Van Munster ook zes nieuwe prenten uit, waaronder De nieuwe Jan de Wasscher en Nederlandsche Weldadigheid. De eerstgenoemde prent bespot de omkering van het traditionele rollenpatroon van jongens en meisjes. De prent Nederlandsche Weldadigheid beeldt verlichte weeshuizen af als de Fundatie van Renswoude, Frederiksoord en Veenhuizen.